Octopussy

Praatje bij een plaatje

Katsushika Hokusai, Parelduikster en octopus, 1814

In de tweede helft van de 19eeeuw raakte Europa in de ban van Japan. Na eeuwen van isolationisme opende het land haar grenzen, waardoor het publiek zich kon vergapen aan al het moois dat vanuit Japan naar het westen kwam. Porselein en keramiek, lakwerk, kamerschermen, kimono’s en prenten zorgden voor een ware hausse. De Japanse kunst was exotisch, van hoog niveau en vooral totaal anders dan de kunst die de westerse kunstgeschiedenis had voortgebracht. Het vormde dan ook een verfrissende bron van inspiratie voor heel veel kunstenaars, onder wie Manet, Whistler, de impressionisten, Van Gogh en Klimt.

Van grote invloed op de westerse kunst waren de ukiyo-e, houtsnede prenten. Die naam verwijst naar de voorstellingen: afbeeldingen uit het leven van alledag. Een subgenre daarbinnen vormden de shunga prenten. Shunga betekent letterlijk ‘lente’, maar moet in dit geval gelezen worden als een eufemisme voor ‘seks’.
Seks. In alle denkbare soorten en maten op niets verhullende wijze in beeld gebracht. Voor 21steeeuwse ogen nog steeds behoorlijk expliciet, laat staan voor de 19eeeuwse beschouwer. Temeer omdat de shunga aspecten van seksualiteit liet zien die in West-Europa taboe waren. Bijvoorbeeld homoseksualiteit, zelfbevrediging, groepsseks of seks met dieren.
In Japan zelf hadden de erotische prenten echter een totaal andere betekenis dan in het westen. Dat de shunga prenten vielen onder de ukiyo-e is al veelzeggend; ze toonden kennelijk het alledaagse leven. Gemaakt door gerenommeerde kunstenaars en bestemd voor een breed en divers publiek. Ze circuleerden in alle lagen van de bevolking en werden bekeken door zowel mannen als vrouwen. Dat impliceert dat de visie op seks in Japan een geheel andere was dan die in Europa, waar vanuit de christelijke moraal seks en seksueel genot nog altijd als zondig werden beschouwd.

Eén van de meest beruchte -en dus geliefde – shunga prenten was ‘Parelduikster en octopus’ van Hokusai, uit 1814. Een latere, onjuiste titel luidt ‘Droom van de vissersvrouw’.
Dat men in de 19eeeuw aanstoot nam aan de erotische ontmoeting tussen mens en dier ligt voor de hand. En dan bleef de betekenis van de tekst de meesten nog bespaard. Daar blijkt namelijk uit dat zowel de vrouw als de grote en de kleine octopus met volle teugen genieten van hun ménage à trois.
Toch is de bestialiteit niet het enige taboe dat hier doorbroken wordt. Voor de 19eeeuwse beschouwer moet ook de confrontatie met het vrouwelijk seksueel genot op z’n minst verwarrend zijn geweest. Want werd er niet van een vrouw verwacht dat zij kuis en deugdzaam was? Slechts op aandringen van haar echtgenoot lijdzaam haar hooggesloten nachtpon opstroopte om zich met frisse tegenzin te laten nemen?
In Hokasai’s prent staat niet alleen de vrouwelijke lust centraal, er is niet eens een man voor nodig om haar naar de zevende hemel te brengen!

Een voorstelling daardoor, die olie op het vuur gooide, tegen de achtergrond van de eerste feministische golf. De 19eeeuwse man moest met lede ogen aanzien hoe vrouwen streden voor gelijke rechten, toegang eisten tot arbeid en onderwijs, die vrouwenkiesrecht wilden. Actieve en zelfbewuste vrouwen die een bedreiging vormden voor de status quo. Wat nu als de vrouw deze eisen ook meenam naar huis, de slaapkamer in? En van hem genot zou eisen, hier, nu!

Ondenkbaar, de wereld op z’n kop…..

 

 

Benieuwd wat ik voor jou of je organisatie kan betekenen?

Neem vrijblijvend contact op.