Nikè

Ik ben een meisje-meisje. Nou ja, maak er maar vrouw-vrouw van; volgende week word ik 44.
Jurkjes, rokjes, lippenstift, nagellak, balletles, de hele rataplan. Altijd al zo geweest. Veelzeggend is die keer waarop ik als driejarige naar de wc moest en daar tot de gruwelijke ontdekking kwam dat ik geen rokje maar een broekrok droeg (ongetwijfeld van ribfluweel in de kleur aubergine of bordeaux of donker bruin of oranje – we hebben het over het jaar 1979). “Ik heb een bróek aan!” schijn ik met walging in mijn kinderstem te hebben geroepen. Dat zou me niet nog eens overkomen.
Bij een rokje horen leuke elegante schoentjes. Ik herinner me blauwe, met een bandje over de wreef. En mijn groene Zweedse klompjes, waarmee ik lekker rond kon klossen, alsof ik echte hakken droeg. “Ik ben een vrouw!”, ik weet dat ik het letterlijk gedacht heb. Een heerlijk besef.
En hoewel mijn ouders mij geen strobreed in de weg hebben gelegd op dat vlak, integendeel zelfs, kreeg ik op een kwade dag nieuwe gympen. Misschien bedoeld voor tennisles of omdat we op vakantie zouden gaan en veel zouden gaan wandelen. Ik weet het niet meer. Wat ik wel weet is dat ze groot en wit waren en dat ik me lomp voelde en vooral heel erg mannelijk.
Met die gehate schoenen aan ging ik spelen bij mijn vriendinnetje Marjolein. We zetten de cassetterecorder in de deuropening en deden alsof het terras het podium was waarop wij optraden. “When the rain begins to fall” van Pia Zadora en Jermaine Jackson. Maar ja, wie mocht Pia zijn? Ik weet zeker dat het door die grote witte gymschoenen kwam dat ik opeens -geheel tegen mijn natuur in en diep ongelukkig – Jermaine stond te zijn.
Nooit meer gympen voor mij. Een échte vrouw draagt hakken. En dat ben ik vanaf de middelbare school gaan doen. Dag in dag uit. Altijd en overal. Balancerend over kinderkopjes in de stad, ploegend door het zand tijdens een boswandeling, trippelend van schilderij naar schilderij tijdens rondleidingen en zelfs hoogzwanger. Die hakken hield ik aan. Al begonnen mijn voeten steeds vaker en steeds luider te protesteren. Tja, wie mooi wil gaan moet pijn doorstaan.
Hallux valgus heet het, een scheefstand van de grote teen. In mijn geval aan beide voeten. Er begonnen steeds meer schoenen af te vallen, die deden gewoon teveel pijn.  Een operatie zou soelaas bieden, op termijn zelfs noodzakelijk zijn, maar ik stak mijn kop in het zand en stelde de beslissing uit.
Tot december vorig jaar. De knop is om. Mijn rechtervoet is inmiddels aangepakt en over een tijdje volgt de linker. Na wekenlang gedoe met gips en krukken en daarna nog een tijdje rondhompelen met een onelegante spalk was het een verademing om überhaupt weer met twee voeten te kunnen lopen. Op lekker comfortabele sneakers, voor het eerst sinds 1985. Ik loop als een kievit, maar het meisje in mij voelt zich er nog wel onzeker bij. Dus als je me voorbij ziet lopen, van boven Pia, van onder Jermaine, steek dan even bemoedigend je duim omhoog, dat kan ik wel gebruiken.  Ook al word ik gedragen door de godin van de overwinning, Nikè.

Benieuwd wat ik voor jou of je organisatie kan betekenen?

Neem vrijblijvend contact op.