Kinderspel

Praatje bij een plaatje

Als kind kun je niet wachten tot je groot bent. Want dan gaat het leven pas écht beginnen. Dan mag je allemaal dingen die je eerder niet mocht, dan kan je allerlei dingen die je eerder niet kon. En dan weet je allemaal dingen die je eerder niet wist. Bijvoorbeeld dat het eigenlijk veel leuker is om kind te zijn dan volwassene…

Als ik terugdenk aan mijn kindertijd komen er twee uitersten bovendrijven: eindeloze verveling en hartstochtelijk spelen. En doorgaans volgde het tweede op het eerste.
Plaats van handeling: het uitgestrekte heidegebied achter ons huis. De ene keer verrees daar de complete afdeling van Medisch Centrum West, dan weer kropen we tussen de takken van een enorme krentenboom waar onze snoepfabriek stond. Of we speelden oermensje op- en onder het hunebed. Pas als we mijn vader op het ‘we-gaan-eten-fluitje’ hoorden blazen kwamen we weer terug in het hier-en-nu.

Zo zal ik nooit vergeten hoe mijn buurjongen Jelle en ik ‘De Zwarte Ridder’ speelden. We galoppeerden op blote voeten van het ene kasteel naar het andere, op de hielen gezeten door de Zwarte Ridder. Tot het begon te schemeren en de Witte Wieven tevoorschijn kwamen. We gingen zo op in onze fantasiewereld dat we opeens doodsbang werden. We keken elkaar aan en renden zo hard als we konden naar Jelle’s huis.
Daar stond zijn moeder Thea met de mixer slagroom te maken. Ze reikte ons door het keukenraam ieder een klopper aan om af te likken. Het gevaar was geweken.

Zo vol overgave spelen, leven en geloven in een wereld die je zelf gecreëerd hebt; daar komt een keer een einde aan. Dan zie je jezelf ineens van een afstandje. Hoe stom en kinderachtig je staat te doen, en wat anderen daar wel niet van zullen vinden.
Eerder al heb je de drang om overal naar toe te rennen in plaats van te lopen achter je gelaten. Zo onbevangen, luidruchtig en verwachtingsvol als kleine kinderen op iets af stormen, dat zie je geen volwassene ooit doen. Van rennen word je moe. En het zal toch allemaal wel weer tegenvallen, dus doe vooral geen moeite.

En voor die saaie luitjes moet je kunst maken? De Zwitserse kunstenaar Jean Tinguely vond het maar niets: “Volwassenen denken alleen maar in geld” meende hij. Zijn lievelingspubliek bestond uit “juichende kinderen”. Hun verwondering en totale overgave vond hij geweldig.

Daarom heeft hij zijn leven lang kinderkunst gemaakt. Piep-en-kraak toestelletjes die geen enkel nut hebben behalve een lach toveren op het gezicht van de beschouwer.
Zoals een machientje dat zelf een krasserige tekening kan maken als je op een knopje drukt. Kunstwerken natuurlijk waar je aan mag zitten, want ieder kind weet instinctief dat je met je handjes meer ziet dan met je oogjes alleen.
Vol overgave spelen met een kunstwerk kan ook met Tinguely’s Rototaza. Een enorme machine waar je ballen in een trechter moet werpen, waarna die ballen via een ingewikkelde weg door het mechaniek uit de machine worden gespuugd, altijd een onverwachte kant op. Apenkooikunst.
Daar wordt zelfs de grootste volwassene weer even kind van.

Benieuwd wat ik voor jou of je organisatie kan betekenen?

Neem vrijblijvend contact op.