Interview met beeldhouwer Evert van Rijssel

Evert van Rijssel (1950) volgde in 2005 met een groep collega-gynaecologen een workshop beeldhouwen. In één middag was hij om en besloot dat hij meer wilde. Hij nam les bij beeldhouwer Anja Vosdingh Bessem en volgde daarnaast allerlei cursussen kunstgeschiedenis. In 2010 stopte hij met zijn werk als gynaecoloog in het HagaZiekenhuis in Den Haag om zich volledig te kunnen toeleggen op het beeldhouwen.
Evert van Rijssel maakt zowel vrij werk als werk in opdracht. Hij exposeert zijn beelden regelmatig, op verschillende plekken in Nederland en werkt in zijn atelier aan huis, op de grens van Den Haag en Scheveningen.

Ik ontmoette Evert voor het eerst toen hij bij mij een lezing volgde over erotiek in de Art Nouveau. Daarna nam hij vaker deel aan een lezing of een rondleiding en leerden we elkaar gaandeweg beter kennen. Hij vertelde dat hij zelf kunstenaar is, liet afbeeldingen van zijn werk zien en later bezocht ik hem in zijn atelier. Het werd me al snel duidelijk dat erotiek de rode draad vormt in zijn oeuvre.  Dat verklaarde meteen ook zijn aanwezigheid en enthousiasme tijdens die Art Nouveau lezing. Over onze gedeelde passie – de kunst, en dan in het bijzonder erotiek in de kunst – wilde ik graag met hem in gesprek.

Welke beeldhouwers bewonder je of zijn een voorbeeld voor je?
De beeldhouwer Eddy Roos, bij wie ik ook een aantal workshops heb gevolgd.  Hoe hij vrouwen uitbeeldt…het ziet er gewoon heerlijk uit. Zijn beelden zijn monumentaal, er zit beweging in, ze zijn sensueel. Zijn stijl is echt uniek.
En natuurlijk Bernini. Zijn capaciteit was zo groot. Hoe die vingers van Pluto wegzinken in dat dijbeen van Proserpina, waanzinnig. Hij wekte zijn beelden echt tot leven.
Maar ook van Picasso’s sculpturen kan ik erg genieten. Die Stierenkop van een fietsstuur en een zadel. Geniaal! Of een geit gemaakt van rotzooi, dat is zo’n prachtige visie. De humor spat eraf.

Voor je beeldhouwer werd was je werkzaam als arts. Komt die medische achtergrond terug in je beelden?
Het begon eigenlijk met beeldjes in opdracht van mijn ‘eigen’ HagaZiekenhuis, voor collega’s die afscheid namen. Gaandeweg ontstonden er steeds meer beelden waarin de academische wereld centraal staat: beeldjes van promovendi, professoren, het cortège, recepties.
Ik werd ook geïnspireerd door de compositie van Rembrandts Anatomische les van dr. Tulp. Die gebruikte ik voor een beeldje van een les in anatomie. Maar die compositie leent zich dan weer net zo goed voor een voorstelling van lichamelijk onderzoek. Ik heb ontdekt dat mijn medische achtergrond en de kennis van de academische wereld echt mijn niche is binnen de beeldhouwkunst.

Evert van Rijssel, Professor 2.0, 2016

En meer specifiek: welke rol speelt jouw professie als gynaecoloog in je huidige werk als beeldhouwer?
Net als in mijn oude beroep staat in mijn werk als beeldhouwer de vrouw centraal. Ik vind het prachtig om het vrouwenlichaam uit te beelden. Dankzij mijn professie ben ik goed thuis in de anatomie, dat heeft mij zeker in het begin erg geholpen. Al is de anatomische kennis van een kunstenaar natuurlijk wel een andere dan die van een arts.
Het streven naar esthetiek is eigenlijk hetzelfde. Kijk, als je een operatie uitvoert, bijvoorbeeld van een verzakking, dan moet het resultaat functioneel zijn, maar je wilt het ook zo oorspronkelijk en mooi mogelijk achterlaten. Ik werk dus nog steeds met vrouwenlichamen, alleen mijn materiaal is nu anders.
Mijn beelden maak ik in was of klei en laat ik vervolgens in brons gieten. De reproduceerbaarheid van die techniek vind ik prettig. En brons vind ik een prachtig materiaal; dat stáát, dat is onvergankelijk. Het materiaal spreekt voor zichzelf, het leeft.
Het liefst werk ik figuratief en realistisch, dat past het meest bij mij. Hoewel ik ook een reeks geabstraheerde beeldjes heb gemaakt, sagittale doorsnedes van het vrouwenlichaam in verschillende stadia van een zwangerschap. Die werken heb ik bewust glad gepolijst in plaats van gepatineerd.

Evert van Rijssel, Sagittaal 36+2, 2015

Erotiek loopt als een rode draad door je oeuvre als beeldhouwer. Waarom? En hoe verhoudt dat aspect zich tot je voormalige werk als gynaecoloog?
De mens heeft een paar basisbehoeften: eten, drinken en seks. Als je daarin kunt voorzien, dan ben je wel vrij gelukkig. Ik tenminste wel. Erotiek is daarom ook een belangrijke bron voor mij als beeldhouwer.
Maar gynaecologie is niet erotisch, verre van. Ik heb nooit erotiek in mijn vak gebracht, dat is een absolute no go. Sowieso, als er sprake is van een machtsverhouding kun je daarbinnen nooit erotiek of seksualiteit hebben. Punt.
Wat ik in mijn vak wél altijd interessant heb gevonden is hoe mensen omgaan met seksualiteit en beschadiging in seksualiteit. Negatieve ervaringen uit het verleden kunnen ook later nog een groot effect hebben op een vrouw. Daar ben ik altijd alert op geweest en ik heb getracht zulke zaken bespreekbaar te maken.
En natuurlijk ben ik me ervan bewust dat het voor de meeste vrouwen gewoon heel vervelend is om naar een gynaecoloog te moeten, om je te laten onderzoeken door een wildvreemde. Daarom heb ik altijd mijn best gedaan om in een zo kort mogelijke tijd een situatie te scheppen waarin iemand zich vertrouwd voelt. Door angst weg te nemen, uit te stralen dat ik niet bedreigend ben. En vooral ook door duidelijk te maken dat ik geen oordelen of vooroordelen heb. Ik ben geen psychotherapeut, maar ik geloof dat het benoemen en wegnemen van taboes heel belangrijk is.

Evert van Rijssel, Dreaming wet, 2020

Geldt dat ook voor je werk als beeldhouwer?
Zeker! Ik probeer taboes weg te nemen door soms heel expliciet erotische beelden te maken. Ik ervaar zelf dat het vrij omgaan met erotiek mij gelukkig maakt en dat gun ik anderen ook. En natuurlijk brengen mijn beelden mensen soms in verlegenheid. Sommigen kiezen ervoor om door te lopen en zich ervoor af te sluiten. Dat is ook prima. Maar soms helpt het om mensen een klein zetje te geven, hen de confrontatie aan te laten gaan en dan ontstaat er vaak een gesprek. Humor is daarbij cruciaal, dat relativeert. En dan vooral zelfspot. Ik maak grappen over mezelf, maar gebruik mijzelf ook regelmatig als onderwerp voor een beeld. Ik geef me dus letterlijk en figuurlijk bloot in mijn werk, maar ik voel daar zelf geen gêne bij. En uiteindelijk bepaalt de beschouwer hoe een beeld binnenkomt en welke interpretatie hij geeft aan een titel als ‘Oh, heerlijk’ of ‘Lippendienst’. Soms is het juist de kracht van de suggestie die het ‘m doet.

Evert van Rijssel, Lippendienst, 2009

Schuilt in die suggestie misschien het verschil tussen erotiek en pornografie? Het suggestieve versus het expliciete?
Ik weet niet of er een harde grens is. Die ligt per mens verschillend, denk ik. Het hangt ook af van welke ervaringen je hebt natuurlijk. In porno zit sterk de uitvergroting van seks. Dat is vrij eendimensionaal. Bij erotiek gaat het meer om gevoel, om liefde. Er zit iets zachts in, het is allemaal wat meer omfloerst en gelaagd. En er hoort wat mij betreft absoluut humor bij, en dat geldt niet voor pornografie, vind ik.
Het mooie van kunst is overigens dat het kan verzachten. Iets dat expliciet of aanstootgevend of taboe is kun je sublimeren door het als een kunstwerk te presenteren.
En de allergrootste kracht van beeldhouwkunst is dat het tastbaar is. Aanraken vind ik ontzettend belangrijk, dat is een belangrijk onderdeel van de beleving. Überhaupt en dus ook in de kunst. Een beeld moet uitnodigen om eraan te zitten. Voor mij als beeldhouwer is er geen groter compliment dan wanneer iemand even aan de billen van mijn beeld wil voelen.

http://www.evertvanrijssel.nl

Sophie van Steenderen, april 2020

Evert van Rijssel, Gynaecoloog in ruste, 2008

Benieuwd wat ik voor jou of je organisatie kan betekenen?

Neem vrijblijvend contact op.