Bitch

Praatje bij een plaatje

Tracey Emin, 1995, Everyone I’ve ever Slept with 1963-1995, Saatchi Collectie (verbrand)

Eeuwenlang werd kunst gemaakt dóór mannen, vóór mannen. De enige rol die voor vrouwen was weggelegd was die van onderwerp. Waarbij ze gechargeerd gezegd twee rollen kon spelen: de goede vrouw (de moeder, de madonna) of de slechte vrouw (de hoer, de verleidster). Heel veel meer smaken leken er niet te zijn. Een overzichtelijke wereld waarin mannen de dienst uitmaakten en vrouwen simpelweg het ene of het andere etiket opgeplakt kregen.
Onder invloed van de eerste feministische golf, in de tweede helft van de 19eeeuw, begon daarin verandering te komen. Langzaam maar zeker wonnen de vrouwen terrein en eisten een actieve rol op; in de kunstwereld wilden ze niet meer alleen model of muze zijn, maar zelf het penseel of de beitel ter hand nemen.

Vanaf het begin van de 20eeeuw kwamen er steeds meer vrouwelijke kunstenaars. Zij bekeken de wereld, de vrouw in het algemeen en zichzelf in het bijzonder, met een andere blik. Dat leverde in hun kunst een veel genuanceerder en reëler -maar ook verwarrender en intimiderender – beeld op van de vrouw. Niet madonna of hoer, maar alle grillige en ambigue mogelijkheden tussen die twee clichés in.

Dat die meerduidigheid ook in onze tijd nog voor verwarring zorgt, bewijst het tentje dat kunstenaar Tracey Emin in 1995 exposeerde. Zij maakte destijds deel uit van de enfants terribles van de Britse kunstwereld, die bekend stonden om hun opzettelijk shockerende werk: de Young British Artists. Ze voorzag de binnenkant van het tentje van 102 mannen- én vrouwennamen en noemde het “Everyone I’ve ever Slept with”. Vrijwel direct werd het werk opgevat als een provocatie, een uitverkoop van haar seksuele uitspattingen. Wat een slet was die Tracey! Wonderlijk natuurlijk, want een dynamisch seksleven leek en lijkt voor veel mannelijke kunstenaars welhaast een voorwaarde te zijn, of in iedergeval iets wat hen niet nagedragen wordt.

Maar los van het feit dat hier met twee maten wordt gemeten, is er nog iets anders aan de hand. De aanname dat Tracey met alle 102 personen seks heeft gehad is namelijk veel te kort door de bocht en zegt misschien meer over de seksdrive van de beschouwer of criticus dan over die van de kunstenaar.
Want we moeten de titel “Everyone I’ve ever Slept with” létterlijk nemen. Het zijn de namen van iedereen met wie Tracey ooit geslápen heeft, vanaf haar geboorte in 1963 tot het jaar waarin het kunstwerk ontstond. Dus behalve de namen van degenen met wie ze inderdaad seks heeft gehad, wordt bijvoorbeeld ook haar oma genoemd, bij wie ze als kind in bed lag. Ze luisterden hand-in-hand naar de radio totdat ze in slaap vielen. De naam van haar tweelingbroer staat erbij, schoolvriendinnetjes, maar ook de namen van de tweeling van wie ze ooit zwanger was, maar waarop ze abortus had laten uitvoeren.

Met iemand een bed delen, naast iemand in slaap vallen; daarvoor is vertrouwen nodig. In haar tentje blikte Tracey terug op al die mensen met wie ze ooit een intiem moment van samenzijn deelde. En waarbij haar eigen rol in bed steeds een andere kon zijn: minnares, geliefde, moeder, kind, vriendin, zus……
Al die verschillende rollen samen maken een vrouw tot wie zij is: zichzelf. Op de vloer van haar tentje vol namen van bedgenoten schreef Tracey Emin dan ook: “With myself, always myself, never forgetting”.

 

 

Benieuwd wat ik voor jou of je organisatie kan betekenen?

Neem vrijblijvend contact op.